Informeren, stimuleren en ondersteunen om veilig vakantie te vieren

Het RIVM heeft een memo opgesteld: ‘Veilig op vakantie, gedragsinzichten voor beleid en communicatie’.

Nu de coronamaatregelen zijn versoepeld zullen veel Nederlanders in de zomer naar vakantieoorden in binnen- en buitenland reizen. Maar hoe kun je zo veilig mogelijk op vakantie en het risico op besmetting en verspreiding van het virus laag houden? In de memo ‘Veilig op vakantie’ zijn aandachtspunten vanuit gedragsperspectief verzameld voor beleid en communicatie om Nederlanders hierover zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Ook geven we handvatten voor communicatie.

Deze memo combineert de inzichten van verschillende onderzoeken (uitgevoerd door de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Corona Gedragsunit en door anderen) over hoe men in de zomer van 2021 vakantie wil vieren en hoe men dit het afgelopen jaar deed. We maken onderscheid in 5 gedragsstappen:

  • oriëntatie op bestemming
  • vooraf afspraken maken
  • voorbereiden op vertrek
  • naleving onderweg en op locatie
  • naleving bij thuiskomst

We beschrijven welke aanknopingspunten er zijn voor beleid en communicatie om ondersteuning te bieden voor een veilige vakantie.

Download hier de memo

Bron: RIVM.nl

Druktebeheersing in binnensteden: voorzichtig richting oude normaal

Dinsdag 15 juni vond de derde VNG-rondetafelbijeenkomst plaats over druktebeheersing in binnensteden in coronatijd. Aan de hand van recente mediaberichten kwam het gesprek op gang over de huidige staat van de coronacrisis in de binnensteden. Het algemene beeld: in veel steden is het inmiddels flink druk, maar het leidt niet tot excessen. Drukte lijkt zich inmiddels behoorlijk goed te spreiden over winkels, terrassen en parken.

Effectievere aanpak
De aanpak van druktebeheersing is in dit coronajaar steeds effectiever geworden. Partners binnen en buiten de gemeente zijn elkaar steeds beter gaan vinden. Waar in het begin soms bleek dat maatregelen elkaar in de weg zaten, wisten verschillende afdelingen van de gemeenten elkaar gaandeweg steeds beter vooraf te vinden voor de nodige afstemming.

Een resultaat van de corona-aanpak is dat de parken bij het binnenstadmanagement beter in beeld zijn gekomen. Zo heeft de stad Utrecht drie stedelijke parken nu goed in beeld en is er inzet van toezicht, met een opschalingsmodel naar handhaving. De inzet was eerst tot 21:00u en moest daarna worden uitgebreid tot 23:00u. Dit had weer alles te maken met de langere openstelling van terrassen; toen deze tot 22:00u open mochten zag men dat een deel van de bezoekers daarna nog het park in trok. De algemene les ten aanzien van het waarborgen van de openbare orde is: kort erop zitten helpt goed.

Het wachtrijmanagement is een punt van aandacht geweest na de heropening van de winkels. In vele steden ontstonden er lange wachtrijen. In eerste aanleg was de norm voor winkelbezoek 1 persoon per 25m2 en dat zorgde voor flinke wachtrijen, die ook op straat de doorstroming konden blokkeren. Toen deze norm werd bijgesteld naar 10m2 per klant verdwenen de meeste wachtrijen. Een aantal winkels blijft door hun beleid wachtrijen veroorzaken. Het gaat deels om bepaalde winkelketens die in iedere stad dezelfde problemen veroorzaken; is dit soms een bewuste strategie om aandacht te trekken? Als het niet lukt om dit met goed bedoelde adviezen op te lossen, is handhaving soms ook nodig. Utrecht is al overgegaan tot het uitreiken van een brief met een aankondiging van een last onder dwangsom. Ook kan soms effectiever worden opgetreden als een private eigenaar van een winkelcentrum zijn huurder dreigt een sanctie op te leggen.

Gelukkig lukt het over het algemeen steeds beter om goede afspraken te maken met winkeliers. Dit gebeurt doorgaans door samen op te trekken met centrummanagement en de winkelierscollectieven. Zo kunnen gezamenlijke plannen worden gemaakt zoals het werken met eenduidig gestylde wachtrijen.

Bezoekersgedrag
Veel meer mensen zijn door de coronatijd naar buiten getrokken om er een ommetje te maken of te sporten. Meer buiten vertoeven kan leiden tot meer hinder en overlast, maar dit lijkt tot op heden mee te vallen. Wel is er een stijgend aantal meldingen over de buitenruimte, zo gaf Stadswerk aan. Veel mensen maken hun ommetje in de eigen wijk en dat vergoot de sociale controle. In die zin kan dit bijdragen aan een veiligere wijk.

In maart hield Maak Samen Ruimte met de gemeente Nijmegen een bijeenkomst over de verwachtingen van het gedrag van de terugkerende bezoeker na heropening van de terrassen en winkels. Het leidde ook nog tot een praktische handreiking.

Het beeld over de gedragingen van bezoekers van de binnenstad is inmiddels vrij genuanceerd. Algemeen wordt erkend dat bezoekers zich vrijer gedragen en sommigen in winkels bewust het mondkapje niet meer opzetten. Maar echte excessen blijven uit. De verwachting is dat het niet meer willen houden aan de basismaatregelen zal toenemen naarmate meer mensen gevaccineerd worden.

Toch zien de druktemanagers van de steden dat de meeste binnenstadbezoekers zich nog wel netjes aan de (tijdelijke) regels houden. Breda merkt minder frustratie in de binnenstad als gevolg van de versoepelingen. Al gaan lang niet alle parkbezoekers nu naar een terras, er is minder spanning voelbaar dan voor de versoepelingen. Binnenstadbezoekers reageren echter wel op het kabinetsbeleid: wanneer versoepelingen al worden aangekondigd nemen velen er een voorschot op.

Handhaving moeilijk
Gemeenten ervaren dat het handhaven van de landelijke coronaregels steeds problematischer is. Een van de deelnemers gaf aan dat het steeds moeilijker uit te leggen is waarom het één wel mag en het ander niet. Toezichthouders hebben behoefte aan duidelijke kaders en die kunnen ze hen op basis van het kabinetsbeleid steeds minder goed bieden. Zij concentreren zich daarom in de handhaving op de regels die het meest logisch uitlegbaar zijn.

Toeristen komen
Vanuit het NBTC kwam het beeld dat Nederlandse gemeenten zich mogen verheugen op terugkeer van het toerisme. Dit zal voorlopig met name vanuit landen om ons heen zijn: België, Duitsland en Frankrijk. Nederland zit minder in de gevarenzone en dus kan het weer druk worden met ooster- en zuiderburen op de stranden en in de toeristische steden en dorpen. De Nederlander viert deze zomer ook nog massaal vakantie in eigen land en dus zal er aandacht nodig zijn voor de drukte die deze combinatie kan gaan veroorzaken.

Blijvende aandacht
Vanuit ESI kwam de vraag of gemeenten merken dat de parken en andere recreatielocaties in de stad nu blijvend drukker worden bezocht dan voor corona. Het kan immers zo zijn dat bepaalde bewoners de parken hebben ontdekt en er naartoe blijven gaan. Dit wordt deels wel herkend. Gemeente Amsterdam zet bijvoorbeeld de komende periode extra toiletten in de parken, zo bleek uit mediaberichten. Breda wil ook recreatief bezoek goed blijven faciliteren, maar wil uitdrukkelijk niet regulerend blijven optreden als dat niet meer nodig is. Anderzijds moeten we met elkaar oppassen dat we niet moeten denken dat het voor corona allemaal prima in orde was. Utrecht merkt met name in de avonden veel overlast van wildplassen; kennelijk hebben de parkbezoekers dan niet meer de energie om naar een toiletgebouw te lopen. De gemeente plaatst daarom in ieder geval nog tijdelijk extra toiletten.

Jeugd
In de gemeente Breda wordt momenteel hard nagedacht over hoe om te gaan met problematische jeugdgroepen. Deze hebben de afgelopen periode een aantal stevige aanvaringen gehad met handhavers en politie. Als gemeente wil je ze het liefst op een plek waar ze geen overlast veroorzaken maar waar je wel zicht op ze hebt, maar welke plekken zijn dit en hoe verleid je ze daarheen te gaan?

Toekomst
Betrokkenen willen graag lessen trekken uit de coronatijd die waardevol zijn voor de toekomst. Hoe kan de openbare ruimte nog beter worden beheerd als een veilige plek die prettig is om in te wonen, werken en recreëren?

Die vraag is nog niet heel eenvoudig te beantwoorden. Een van de deelnemers gaf aan dat er nu een operationeel plan binnenstad is waarvan een deel waarschijnlijk niet snel meer gebruikt wordt en een deel wellicht wel vaker zal worden toegepast. Bijvoorbeeld de inzet van city hosts op drukke dagen. En vanuit Utrecht werd aangegeven dat het in het wildeweg overal parkeren van fietsen in de binnenstad waarschijnlijk blijvend verleden tijd is. Ook aandacht voor het wegnemen van obstakels uit drukke looproutes blijft erin zitten. Het lijken dan ook vooral designmaatregelen die blijven, af en toe aangevuld met management op de drukke dagen.

Komende tijd zal het NBTC zich met de VNG en ESI inzetten om de lessen van bezoekersmanagement van ruim een jaar coronatijd te bundelen en te delen als ‘legacy’ voor de toekomst. Immers hadden al diverse steden en dorpen te maken met flinke drukte voor corona. De noodzaak om bezoekersstromen actief te managen heeft veel waardevolle inzichten opgeleverd die zullen worden gebundeld en actief zullen worden uitgedragen.

Voor de binnensteden kwam met deze rondetafelsessie een einde aan een actief netwerk waarin ervaringen konden worden gedeeld. Deelnemers gaven aan dit netwerk graag in stand te houden zodat het kan worden geactiveerd wanneer nodig. ESI zal met de VNG bekijken hoe dit naar de toekomst toe kan worden geborgd. 

Lessen bezoekersmanagement vrijetijdshotspots: het kan nog beter

Donderdag 3 juni kwamen gemeenten online bijeen voor een rondetafelbijeenkomst bezoekersmanagement op vrijetijdshotspots. Dit lerende netwerk bewees opnieuw haar waarde in het delen van nieuwe inzichten.

De rondetafels zijn door de VNG opgezet en worden begeleid door het Event Safety Institute. Naast vrijetijdshotspots vonden de afgelopen maanden ook rondetafelbijeenkomsten plaats over druktebeheersing in binnensteden en op evenementen. De directe aanleiding waren de bijzondere omstandigheden van de COVID-19 pandemie en alle tijdelijke maatregelen hieromheen. De samenleving werd door deze tijdelijke regels min of meer één groot crowd management-vraagstuk. De VNG wil graag lerende netwerken faciliteren. Het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) sloot hier ook bij aan. Ook daar staat bezoekersmanagement hoog op de agenda, want door toenemend toerisme is het van belang om de bezoekersbeleving in balans te houden met leefbaarheid en veiligheid.

Aardig op orde
In een actualiteitenronde langs de deelnemers gaven verschillende gemeenten aan het bezoekersmanagement inmiddels behoorlijk georganiseerd te hebben. Groningen heeft het werken met een stoplichtmodel (scenario groen-oranje-rood) overgenomen en gebruikt dat onder meer om de inzet van handhaving af te stemmen op de ernst van de drukte in de stad. Zeeland zet toezichthouders in als fysieke sensoren van drukte en sfeer, in combinatie met dronetoezicht. Ommen heeft een goede afstemming weten te bereiken met de partners in de regio. Op het gebied van toezicht en handhaving wisselen ze best practices uit. Ook ondersteunen zij elkaar met extra toezicht op piekmomenten. Arnhem gaf ook aan dat de samenwerking in de loop der tijd steeds meer is verbeterd en daarmee ook het begrip voor elkaar. Ook het iedere maandagmorgen met elkaar delen van het beeld van het afgelopen weekend draagt bij aan de samenwerking.

Het kan nog beter
Toch gaan nog niet alles vlekkeloos. Zo merken verschillende steden hoe lastig het soms is als er politieke keuzes worden gemaakt tegen het advies van experts in. Ook gaat nog niet overal de onderlinge communicatie helemaal goed tussen de partners die betrokken zijn bij de aanpak van drukte. En al is er al aardig inzicht in de piekmomenten, soms worden locaties nog wel echt overvallen door drukte. Groningen is daarom gaan werken met gezamenlijke briefings van boa’s en politie. De afdeling communicatie is nu ook aangehaakt. Dit draagt bij aan de integrale aanpak. De snelle veranderingen in landelijk beleid zijn ook een complicerende factor. En voor gebieden met veel bezoekers uit de buurlanden is het af en toe extra onduidelijk wat nu precies het beleid is in beide landen.

Waterbed
In verschillende regio’s speelt het risico van een zogenaamd ‘waterbedeffect’: als de ene locatie aangeeft dat het te druk is en nieuwe bezoekers tegenhoudt, dreigt deze drukte op nabijgelegen locaties op te gaan treden. Zo is het dilemma in Zeeland dat je niet kunt zeggen “Zeeland is vol” maar wel wilt voorkomen dat de drukste stranden en plaatsen nog drukker worden. Er is nu besloten om de communicatie te richten op de vier gemeenten waar het meeste toerisme is. De populaire strandwijzer van Veere kan wellicht worden uitgebouwd naar een groter gebied. De veiligheidsregio houdt hierbij een netwerkrol en kan alle partijen met elkaar verbinden.

Zandvoort gaf aan dat in haar regio het waterbedeffect ook zorgt voor het veel langer in de file staan. Mensen die op weg zijn naar Zandvoort worden op de weg door een afsluiting gedwongen een andere plaats te bezoeken. Vervolgens komen ze opnieuw in de file richting deze plek. Zo zwerven velen op drukke dagen door de regio, op zoek naar een plek om te verblijven. Eenmaal zorgde het op een warme dag tussen Bloemendaal en Zandvoort voor onwelwordingen in de file. Zandvoort heeft ervan geleerd dat afsluiten veel meer impact heeft dan reguleren.

Druktebeeld per type locatie
Op lokaal niveau kan het gesloten zijn van bepaalde sectoren leiden tot drukte op andere plaatsen. Dit was de afgelopen maanden goed zichtbaar in de parken en natuurgebieden, die mede door sluiting van de winkels en horeca drukker waren dan anders. Betrokkenen ervaren dat de drukte in de recreatiegebieden niet persé minder werd toen deze sectoren weer open mochten. Wel zag men een afname van drukte in de stadsparken. Dit blijkt doelgroepafhankelijk en daarmee is het dus van belang te snappen wie jouw gebied bezoeken en met welke drijfveren. In Groningen bijvoorbeeld was het op het stadsstrand lastiger de drukte te managen dan in andere recreatiegebieden. Zandvoort gaf aan dat de drukte is toegenomen door combinatiebezoek. Zo kwamen we met elkaar tot een indeling van vier typen locaties die ieder hun eigen bezoekpatroon kennen:

  1. De parken in de stad, veelal bezocht door jongeren en dertigers tot vijftigers, waarvan de jongeren met name bleven hangen na heropening van de winkels en horeca;
  2. De recreatiegebieden dichtbij de steden, bezocht door jeugd en gezinnen, in de weekenden en op mooie dagen;
  3. De natuurgebieden zonder voorzieningen, waar normaal de echte natuurliefhebber naartoe trekt en de afgelopen tijd overlast ontstond van andere typen bezoekers;
  4. De recreatiegebieden met voorzieningen, die geschikt zijn gemaakt om met gezinnen en groepen te bezoeken.

Per gebied zien we een andere aard van het gebruik en ook een andere wijze van sturen op de drukte; andere “knoppen om aan te draaien”.

Scenariobenadering
De gemeente Zandvoort gaf aan te merken dat het omgaan met grote drukte echt is veranderd van vooral reactief naar meer proactief. Er wordt meer samengewerkt met partners in de regio en het pakket aan maatregelen wordt op elkaar afgestemd om problemen te voorkomen. Er ligt nu in Zandvoort een sturingskader met 15 scenario’s. De gemeente wil deze manier van samenwerken na coronatijd vasthouden. Er is in deze aanpak een differentiatie aangebracht voor vervoersstromen en locaties. Per situatie is geanticipeerd op hoe te communiceren, voordat mensen er zijn en in het gebied zelf. Zandvoort doet nu onderzoek naar de effectiviteit van deze communicatie. In ieder geval is al gebleken dat de dagbezoekers het moeilijkst te bereiken zijn.

Lessen
De afgelopen periode heeft ook inzichten en lessen opgeleverd in wat je vooral wel en niet moet doen. Zo herkennen meerdere deelnemers dat het afsluiten van parkeerplaatsen om drukte op recreatielocaties te voorkomen niet werkt. Het kan ter plaatse nog meer overlast door bijvoorbeeld wildparkeren geven en kan problemen in het verkeer in een groter gebied opleveren. Vaak is er genoeg ruimte in een natuurgebied en is dus het beperken van de toestroom helemaal niet nodig. Een natuurgebied kan voorzien in een groot deel van de behoefte aan recreatie en die moet vooral kunnen worden bevredigd. Ommen kwam erachter dat de problemen zich vooral voordoen bij het in- en uitstappen en heeft daar verkeersregelaars op ingezet.

Een ander voorbeeld van een les is dat je het bezoek van een recreatiegebied beter kunt faciliteren dan ontmoedigen. Waar in een stadspark de toiletten waren gesloten was veel inzet nodig van toezicht op wildplassers, terwijl het beoogde doel om mensen eerder te laten vertrekken niet leek te worden behaald. Verschillende steden zetten juist in op meer toiletvoorzieningen in de parken.

Handelingsperspectief
Het geven van een handelingsperspectief aan je bezoeker is van belang. Zeeland probeert meer inhoud te geven aan de boodschap “het is druk”; wat betekent dat dan precies en welke nadelen heeft dit voor bezoekers? Dit gebeurt nu nog vooral via de website, en ook hier zullen meerdere kanalen nodig zijn om veel bezoekers te bereiken.

Alle deelnemers van de rondetafel merken dat de weerstand tegen de coronamaatregelen toeneemt. Zo ervaren zij een hardere reactie van mensen wanneer die worden aangesproken op het niet naleven van de regels. De uitleg waarom regels nog gelden is steeds lastiger te geven. De burgemeesters bepalen uiteindelijk in welke situaties tegen dergelijke overtredingen wel en niet wordt opgetreden, met beleids- en tolerantiegrenzen. Dit kan in één territoriaal samenhangende regio per gemeente flink verschillen.

Beleid met burgers
De gemeenten in het Limburgse Heuvelland hebben de burgers centraal gesteld bij het aanpakken van de drukte en overlast van met name dagjesmensen. Hier is nu een participatietraject gaande om burgers mee te laten denken in het vinden van de juiste balans tussen het economische belang van toerisme en de aantasting van de leefbaarheid en veiligheid. Dit is hard nodig: uit onderzoek van de KU Leuven blijkt dat het draagvlak voor het toerisme er afneemt.

Toekomst
Hoe drukte zich zal ontwikkelen op vrijetijdshotspots zal de toekomst uitwijzen. Het is best mogelijk dat Nederlanders de mogelijkheden in eigen land meer hebben ontdekt en dus ook vaker naar vrijetijdshotspots blijven gaan. Het NBTC geeft aan dat het erop lijkt dat mensen met bepaalde leefstijlen Nederland meer hebben ontdekt. Dit kan dus structureel tot toename van het toerisme naar Nederland leiden. Al met al genoeg reden om bezoekersmanagement hoog op de agenda te houden, lessen te blijven delen en inzichten te verzamelen om zodoende steeds effectiever te worden in de aanpak.

Artikel: De route naar ‘normaal’

Met het initiatief ‘Maak samen ruimte’ bieden VNG, CROW en Stadswerk een platform voor effectieve coronamaatregelen in de openbare ruimte. Heel wat professionals hebben hier inmiddels praktische kennis gehaald en gebracht. En hoewel omgeven met onzekerheid, is duidelijk dat we ons nu uit de crisis aan het manoeuvreren zijn.
Juist die fase vergt stuurmanskunst.

Michiel G.J. Smit, Hoofdredacteur Stadswerk magazine schreef er een mooi artikel over.
Klik op het artikel om de pdf te kunnen lezen.

Welke plekken zijn populair in Gelderland?

Weten of je fileloopt op de Posbank? Nieuwe kaart moet drukte in Gelderland nog preciezer weergeven.

De nieuwe ‘Druktemonitor Gelderland’, een initiatief van de provincie, geeft de drukte op ongeveer tachtig populaire Gelderse plekken weer met een online overzichtskaart. Denk aan natuurgebied de Posbank bij Rheden en de winkelcentra van grotere steden als Arnhem en Nijmegen. 

Het doel van de nieuwe druktemonitor is het spreiden van bezoekers, zegt Gelders gedeputeerde Peter van ’t Hoog. Niet alleen vanwege het coronavirus. ,,We zien in de volle breedte sowieso dat er plekken in Gelderland zijn waar het eigenlijk veel drukker is dan veel mensen prettig vinden. Terwijl er goede alternatieven in de buurt zijn, maar die kennen ze niet.’’ Ook die moet de kaart onder de aandacht brengen.

Lees het hele artikel op deGelderlander.nl

Bekijk ook nog eens de Vergelijking instrument bezoekersmanagement

Sociaal contact en welzijn nemen toe, naleving coronamaatregelen blijft belangrijk

Met de recente versoepelingen van de coronamaatregelen neemt het sociaal contact en het welzijn weer toe. Het naleven van de meeste maatregelen blijft daarbij vooralsnog stabiel (zoals testen bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst en drukte mijden) of neemt mondjesmaat af (zoals thuiswerken of de 1,5 meter). Dit blijkt uit vragenlijstonderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de GGD’en.

Het draagvlak voor de meeste maatregelen is onveranderd hoog en de meerderheid staat daar ook nog achter als die nog 6 maanden zouden moeten duren. Dat geldt vooral voor de gedragsregels over hygiëne, (deels) thuiswerken, drukte mijden, testen en quarantaine. De vaccinatiebereidheid onder de deelnemers is stabiel hoog, maar verschilt per vaccin.

Lees het hele artikel op RIVM.nl

Stap 2 openingsplan een feit

Vanaf woensdag 19 mei wordt ingezet op stap 2 van het openingsplan rondom corona.
Sportscholen mogen weer open. Een bezoek aan het pretpark, openluchtmuseum en buitenpodium is dan ook weer mogelijk. Dit mag met maximaal 2 personen, exclusief kinderen tot en met 12 jaar of mensen van eenzelfde huishouden. De terrassen mogen langer open: van 06.00 tot 20.00 uur.

Herhaling
Wel blijft het belangrijk dat we drukte vermijden en ons allemaal aan de basisregels houden, ook wie al gevaccineerd is: handen wassen, afstand houden en thuisblijven en testen bij klachten. En dat we ons laten vaccineren, zodra dit kan.
Ook de tv-spotjes geven aan dat we voorzichtig aan wat meer kunnen, samen. Dat geeft een positief geluid af, ondanks dat we nog niet af zijn van corona.

Bekijk hier het complete overzicht van Stap 2 van de versoepelingen.

Bron header foto: TV-spot Rijksoverheid.nl

Overal afstand houden maar opeens niet in een drukke trein

Sinds vandaag geldt niet meer het dringende advies om alleen voor noodzakelijke reizen het openbaar vervoer te gebruiken. En dus verwacht de NS langzaam aan meer reizigers.

Maar hoe zit het dan met afstand houden, 1,5 meter in de trein? Afstand houden is bijna gewoon geworden, dat we de drukte in een trein niet meer gewend zijn. Het voelt waarschijnlijk vreemd om dan wel naast elkaar te zitten in een treincoupe. Wat doet dit met je gevoel, gedrag en hoe gaat dit dan in de praktijk?

RTL nieuws heeft er een artikel over gepubliceerd: Overal afstand houden maar opeens niet meer in drukke trein: ‘Reizigers vinden het lastig.

Binnenkort verleden tijd?

Vragenlijstonderzoek van de Corona Gedragsunit live!

De Corona Gedragsunit van het RIVM voert al sinds april 2020 periodiek een groot vragenlijstonderzoek uit, waar elke ronde meer dan 50.000 respondenten aan meedoen.  Deze vragenlijst wordt standaard rondgestuurd naar het community cohort, maar om de ronde promoten wij ook een open link. Op deze manier proberen wij het cohort aan te vullen om een zo groot mogelijke steekproef te behouden.

Deze ronde zal de open-link wederom verspreid kunnen worden. Bij deze een vriendelijke doch dringende oproep om deze open link met jullie netwerk te delen! Hoe meer respondenten deze vragenlijst invullen, hoe beter deze de sentimenten en het gedrag van mensen in Nederland weergeeft. Dat is toch waar we het voor doen met zijn allen!

De open link van de vragenlijst is vanaf donderdag 6 mei te vinden via deze link en op Meedoen met het vragenlijstonderzoek naar naleving en draagvlak van de coronamaatregelen? | RIVM.

Bron: platform van het Behavioural Insights Netwerk Nederland

Derde serie online bijeenkomsten druktebeheersing voor gemeenten!

Het Event Safety Institute (ESI) organiseert in opdracht van de Verenging Nederlandse Gemeenten (VNG) en in samenwerking met Maak Samen Ruimte in juni alweer de derde ronde nieuwe online rondetafelbijeenkomsten over druktebeheersing binnen de anderhalvemetersamenleving. Samen met gemeenten gaan we in gesprek en blikken we terug op de heropening en versoepeling die op dat moment (hopelijk) achter ons liggen.

Na succesvolle bijeenkomsten in januari en in april gaan we in juni opnieuw met de actualiteiten rondom de thema’s vrijetijdhotspots, binnensteden en evenementen aan de slag. De bijeenkomsten zullen in het teken staan van de versoepelingen, die op dat moment achter ons liggen, het naderende zomerseizoen en alle bijbehorende corona-uitdagingen.

We nodigen voor iedere sessie een aantal gemeenten uit die anderen kunnen inspireren met goede ervaringen uit hun gemeentelijke praktijk. Daarnaast is er voor alle deelnemende gemeenten tijd en ruimte om met elkaar het gesprek aan te gaan om visies, uitdagingen en ervaringen te delen.

De online bijeenkomsten via MS Teams worden begeleid door ESI en worden bijgewoond door de VNG en haar kennispartners binnen Maak Samen Ruimte. De planning is als volgt:

Vrijetijdhotspots: donderdag 3 juni van 10:00 -12:30 uur

We blikken vooruit op het naderende zomerseizoen en het groeiende toerisme. We zullen praktijken van bezoekersmanagement en druktebeheersing met elkaar delen.

Binnensteden: dinsdag 15 juni van 13:30 – 16:00 uur

We bekijken hoe steden er voorstaan na de versoepelingen en heropening van de horeca en winkels. Waar staan we nu en wat resteert?

Evenementen en markten: dinsdag 22 juni van 10:00 – 12:30 uur

Wat hebben we geleerd van Fieldlabs en Testen voor Toegang? De heropstart van de evenementen, die hopelijk weer volop gaande is, staat centraal in deze sessie.

Ben je werkzaam bij een gemeente en betrokken bij de aanpak van druktebeheersing in de buitenruimte? Wil je deelnemen aan een van de bijeenkomsten? Meld je dan uiterlijk 31 mei aan via info@esi.email.

De ervaringen rondom de anderhalvemetersamenleving en de opgaves waarvoor gemeenten komen te staan vormen een lerend netwerk waarvan resultaten, interviews en andere artikelen worden gedeeld op maaksamenruimte.nl. Heb/ken je praktijkervaringen die bijdragen aan het netwerk van Maak Samen Ruimte? Mail dan naar info@maaksamenruimte.nl.

Benieuwd naar de voorgaande bijeenkomsten? Lees de impressie van de bijeenkomsten van januari en van april!

Tweede serie bijeenkomsten: druktebeheersing in coronatijd voor gemeenten. Waar staan we nu?

In navolging van de sessies in januari organiseerde het Event Safety Institute (ESI) in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en in samenwerking met Maak Samen Ruimte opnieuw drie online rondetafelbijeenkomsten waarin gemeenten practices uitwisselden over druktebeheersing in coronatijd. Wat hebben we geleerd en kunnen we toepassen in aanloop naar de heropening uit de tweede lockdown 

Net als in januari, waren de sessies georganiseerd rond drie domeinen: 1) vrijetijdshotspots, 2) binnensteden en 3) evenementen en markten. Op die manier kan gericht worden ingegaan op de praktijkervaringen op deze specifieke typen locaties en omstandigheden. De sessies worden ondersteund met actualiteiten uit het nieuws, casussen van gemeenten met inspirerende voorbeelden en diverse stellingen. De inhoud van de bijeenkomsten wordt gevormd door de deelnemende gemeenten. We geven voor elke bijeenkomst een korte terugblik van het de resultaten.

Vrijetijdshotspots 
In deze tweede sessie over vrijetijdshotspots hebben de deelnemers lessen en tips gedeeld over de aanpak voor het naderende seizoen. Daarnaast behandelden we twee casussen. De eerste casus betrof Verantwoord op Weg in het Limburgse Heuvelland. Centraal in de casus stond de toenemende drukte in dit gebied als gevolg van voornamelijk dagbezoekers, die komen voor de natuur en de Mergellandroute. Drie gemeenten (Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals) hebben samen de handen ineengeslagen en zijn een project gestart om samen met alle belanghebbenden toe te werken naar oplossingen die recht doen aan zowel de ondernemers als de bewoners en bezoekers in het gebied, waarbij de werkwijze een doel op zich is: het verkrijgen van wederzijds begrip en draagvlak.

Dronebeeld Zeeland

De tweede casus betrof multidisciplinaire samenwerking in de regio en werd behandeld door Veiligheidsregio Zeeland. In Zeeland is het elke zomer druk tot zeer druk, door zowel lokaal publiek als publiek van heinde en verre. Afgelopen zomer was, doordat het advies was ‘blijf in eigen land’, de verwachting dat het nog drukker dan gebruikelijk zou worden. Gelijktijdig blijft de 1,5 meter wel gelden. Om die reden is het belangrijk om goed en snel overzicht te hebben van de drukte op specifieke plekken. Omdat de reeds bestaande informatiebronnen (toezichthouders, camerabeelden, parkeerdruk) geen volledig beeld leverde is ervoor gekozen om de regionaal georganiseerde groep boa’s uit te rusten met drie drones en met de opdracht om ruimte in kaart te brengen. De informatie die op deze wijze wordt verkregen, wordt vervolgens gedeeld met alle partners waardoor deze (beter) in staat zijn de juiste maatregelen te treffen en bezoekers door te verwijzen naar rustigere gebieden. Dat doorverwijzen is met name voor bezoekers van ver zeer waardevol, omdat deze doelgroep niet snel met ‘lege handen’ huiswaarts zal willen keren. Het tijdig bereiken/informeren van deze bezoekers over de drukte en oproepen niet af te reizen is voor veel gemeenten een groot vraagstuk. Daarnaast gaf circa 80% van de aanwezige gemeenten aan onvoldoende handhavingscapaciteit beschikbaar te hebben voor het beheersen van drukte en de effecten. De inzet van drones is een goed voorbeeld om snel tot een beter beeld te komen zonder dat dit tot een extra beslag op capaciteit leidt. 

Binnensteden 
De dagen worden langer, het weer wordt langzaamaan beter en dit nodigt veel inwoners van steden en dorpen uit om meer naar buiten te trekken. Driekwart van de deelnemende gemeenten geeft aan dat de heropening na de tweede lockdown om een andere aanpak vraagt dan de heropening na de eerste lockdown. Zo zet de gemeente Rotterdam de aanpak om meer fysieke ruimte beschikbaar te stellen aan de horeca voort en biedt ze aanvullend daarop extra (financiële) ondersteuning om ondernemers te helpen hun onderneming ‘coronaproof’ in te richten. 

De gemeente Breda zette recent veel in op spreiding van het parkbezoek. Dit gebeurde door andere parken aantrekkelijker te maken en door extra faciliteiten en activiteiten aan te bieden. Vooraf wordt aan de hand van het weerbeeld bepaald of en in welke mate maatregelen worden ingezet. Ook heeft de gemeente Breda ervoor heeft gekozen om op een meer ‘ludieke’ wijze toezicht te houden op de naleving van de 1,5 meter, door de inzet van teams bestaande uit acteurs die bezoekers aanspreken/complimenteren met het hun naleefgedrag. 

Stadspark Breda

De grotere steden geven aan dat zij een ontwikkeling waarnemen dat er gebieden aan het ontstaan zijn met een festivalachtige sfeer, waar de aanwezige bezoekers de indruk wekken dat COVID-19 niet meer bestaat en waar gedurende de dag een sfeeromslag plaatsvindt. Dit vergt een flexibele aanpak over de dag. Waarbij de maatregelen lopen van (extra) ruimte bieden aan het begin naar het doseren van bezoekers tot (gedeeltelijk) afsluiten van het gebied voor bezoekers. Amsterdam noemde dit het opschuiven van ‘zoete’ naar ‘zure’ maatregelen.  

Evenementen 
Sinds de afkondiging van de tweede lockdown zijn evenementen niet meer toegestaan. Op basis van de tijdelijk wet COVID-19 geldt dit tot 1 juni 2021. Vanuit de landelijk overheid wordt voorgesorteerd op heropening door te onderzoeken, via Fieldlabs (vergunningsplichtig) en door testevenementen (reguliere inrichtingen). Zo moet duidelijk worden op welke verantwoorde wijze dergelijke publieke samenkomsten weer veilig kunnen. Daarnaast is een garantiefondsregeling in het leven geroepen die als een soort van evenementenverzekering dient voor evenementen mocht de Rijksoverheid later dit jaar besluiten dat als gevolg van COVID-19 evenementen toch niet  zijn toegestaan. 

Tilburgse kermis

Als gevolg van het verbod, de garantieregeling en de verwachting dat evenementen na juni weer mogelijk zijn hebben vele organisatoren besloten hun evenement naar augustus of september te verplaatsen. Dit vraagt van gemeenten te schuiven binnen de jaarkalender. Gebleken is dat gemeenten zeer verschillend met deze verzoeken omgaan. Zo heeft de gemeente Schiedam ervoor gekozen geen verschuivingen in de kalender toe te laten en heeft de gemeente Amsterdam proactief het gesprek met organisatoren opgestart om in gezamenlijkheid zoveel mogelijk evenementen alsnog een plek op de kalender te bieden. De gemeente Tilburg heeft een beslisboom ontwikkeld op basis waarvan verplaatsingsverzoeken transparant afgewogen kunnen worden. De gemeente Alkmaar heeft ervoor gekozen om op basis van de jaarkalender in blokken van 10 weken vooruit te kijken en op basis van de inschatting die op dat moment gemaakt kan worden te besluiten al dan niet het vergunningenproces op te starten. Hoewel de aanpak verschillend is, is de rode draad bij alle gemeenten dat er intensief en nauw contact met organisatoren wordt onderhouden en dat in goed overleg zaken worden geregeld.  Ruim driekwart geeft aan wel al met de behandeling van aanvragen te zijn gestart, maar het besluit zo lang mogelijk uit te stellen. Een derde geeft aan zich nu minder strikt aan in beleid vastgelegde uitgangspunten te houden om zo meer ruimte te bieden aan evenementen (denk daarbij aan eenmalig meer evenementen op een bepaalde locatie toestaan dan in het beleid is bepaald). Gemeenten geven allen aan ten aanzien van de veiligheidsvoorschriften geen concessies te doen.  

Een versterkt netwerk  
Onze ervaring leert dat het aanpakken van een uitdaging begint bij herkenning. Het gesprek met andere gemeenten aangaan is dus van belang bij een dynamisch vraagstuk als druktebeheersing binnen de anderhalvemetersamenleving. Diverse gemeenten en ambtenaren nemen deel aan de bijeenkomsten om ervaringen te delen en elkaar vragen te stellen.

De ervaringen rondom de anderhalvemetersamenleving en de opgaves waarvoor gemeenten komen te staan zijn onderdeel van een lerend netwerk. Dit netwerk deelt inspirerende en bijzondere casussen op maaksamenruimte.nl. Heb je praktijkervaringen die je wilt delen via de website van Maak Samen Ruimte? Mail deze dan naar info@maaksamenruimte.nl

De rol van de gemeente bij bezoekersmanagement in natuurgebieden

Maatregelen voor op de korte termijn

Door Bart van Engeldorp Gastelaars & Myrthe Naus

Met dichte musea, winkels en restaurants is er gelukkig nog één bestemming wel open: de natuur! Daar wordt dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Met name in de weekenden trekken we massaal naar het bos, de heide, de duinen en het strand om te genieten van de frisse lucht en een andere omgeving dan thuis. Maar als het TE druk wordt, wat dan? In dit artikel geven we concrete tips voor maatregelen die je als gemeente kan afspreken met natuurbeheerders.

Sinds een aantal jaren neemt de drukte in Nederlandse natuurgebieden steeds verder toe, onder andere door verstedelijking, bevolkingsgroei en een veranderend klimaat. De coronacrisis versterkt deze trend, en zorgt sinds maart vorig jaar voor een gemiddelde stijging in bezoekersaantallen van 30%. Vanwege de drukte worden bezoekers regelmatig opgeroepen om bepaalde natuurgebieden te vermijden en te kiezen voor een alternatieve bestemming. Ook worden natuurgebieden meer dan eens volledig afgesloten.

Hier ligt niet alleen een vergroot risico op besmetting aan ten grondslag; ook zorgen over schade aan natuur en recreatieve infrastructuur spelen een rol. De toegenomen drukte resulteert bijvoorbeeld in issues als veel zwerfafval, recreatie buiten de paden, loslopende honden en geluidsoverlast. Al deze zaken kunnen een effect hebben op de natuur: kwetsbare vegetatie wordt bijvoorbeeld vertrapt, zeldzame broedvogels worden dermate verstoord dat ze stoppen met broeden of zelfs uitwijken naar elders en andere dieren worden opgejaagd. Als het natuurgebied en de recreatieve voorzieningen de drager van de beleving zijn, dan staat ongereguleerd overtoerisme gelijk aan het zagen aan de stoelpoten daarvan. Zowel natuur als de beleving hebben daar uiteindelijk onder te lijden.

Met de komst van de lente en met de zomer in het vooruitzicht is het managen van bezoekers in natuurgebieden extra relevant. Niet alleen omdat de eerste zonnestralen ervoor zorgen dat we graag naar buiten gaan, maar ook omdat de ontwakende natuur met de start van het broed- en groeiseizoen nog kwetsbaarder is. Tegelijkertijd is de verwachting dat de populariteit van buitenrecreatie ook in het post-coronatijdperk doorgroeit. Tijd voor maatregelen dus. Welke rol kun je hier als gemeente in spelen? Vooral als de gemeente – sommige regio’s daargelaten – niet altijd zelf de natuur beherende organisatie is? Hoe zorg je dan voor een goede samenwerking met natuurbeheerders? In dit artikel vertalen we inzichten vanuit toerisme en natuurbeheer in concrete tips en maatregelen.

Aanbevelingen voor gemeenten
Natuurbeheerders zijn vaak zelf verantwoordelijk voor het openstellen en het beheer van hun natuurgebieden. Gemeenten dragen weer de verantwoordelijkheid over openbare orde en veiligheid. Natuur en recreatie stoppen niet bij een grens. Recreanten starten thuis en reizen naar en van een bestemming. De volgende maatregelen bieden daarom vooral gezamenlijke oplossingen om recreatiedrukte in Nederlandse natuurgebieden in goede banen te leiden.

De open deur: werk samen!
De naam van deze website zegt het eigenlijk al: maak samen ruimte. Mocht je deze stap als gemeente nog niet gezet hebben, leg dan contact met de beheerder van het natuurgebied en geef aan dat je samen wilt optrekken in het managen van de drukte. Gemeenten en natuurbeheerders hebben vaak dezelfde of vergelijkbare belangen. De drukte is vaak een grote belasting voor natuur beherende organisaties, die hun vaak beperkte middelen toch al ultra-efficiënt moeten inzetten. Extra hulp is daarom in veel gevallen van harte welkom en kan variëren van afspraken over inzet van verkeersregelaars, het afstemmen van boodschappen via communicatiekanalen, subsidie voor het nemen van tijdelijke maatregelen tot coördinatie van handhaving.

Monitor en voorkom drukte
Voorkomen is beter dan genezen. Het monitoren van drukte, het tijdig kunnen informeren van bezoekers hierover en het opschalen van maatregelen is daarom cruciaal. Er zijn tal van fysieke manieren om drukte te monitoren, variërend van telslangen tot slimme sensoren. Het aanschaffen en inrichten van dergelijke systemen vergt echter enige tijd. Via online data is er op korte termijn meer mogelijk, al zitten er bijvoorbeeld beperkingen vanuit de Autoriteit Persoonsgegevens aan het gebruik van telefoondata en geven GPS data uit apps niet altijd real-time informatie. Via Google Maps kun je zowel voorspellingen als real-time drukte volgen.

Ook zonder geavanceerde data kun je echter voorspellingen doen over de verwachte drukte. Twee belangrijke drivers in buitenrecreatie zijn namelijk het weer en hoeveelheid vrije tijd: zoals in weekenden, feestdagen, woensdag- en vrijdagmiddag. De praktijkervaring van de boswachter over het afgelopen jaar is daarom net zo waardevol, zeker gecombineerd met de weersvoorspelling voor de aankomende periode. Op basis hiervan kun je van tevoren een druktewaarschuwing afgeven aan potentiële bezoekers en verwijzen naar passende alternatieven. Denk aan oproepen via relevante websites, social media en andere kanalen. Zo kan drukte iets meer gestuurd worden en is een deel van de bezoekers tijdig geïnformeerd, zodat ze niet pas bij de ingang voor onaangename verrassingen komen te staan.

Maak een draaiboek voor piekdagen
Op piekdagen heeft een natuurgebied een regionale of zelfs nationale functie. Veel recreanten komen met de auto, waarbij de capaciteit van parkeerterreinen en aanvoerwegen de beperkende factoren zijn. Drukte kan leiden tot flinke filevorming, met alle overlast van dien. Het maken van een draaiboek waarin de rol van alle relevante spelers wordt toegelicht is dan een goede stap. In een draaiboek kun je afspraken maken over wie welke maatregelen per scenario neemt, hoe je drukte monitort, en welke gezamenlijke beslisboom je hanteert. Maatregelen kunnen variëren van het inzetten van tekstkarren, verkeersregelaars en hosts, tot omleidingen en doorsturen naar alternatieve bestemmingen wanneer een bestemming echt op slot moet. Werk samen om de ergste drukte, onveilige situaties, overlast voor omwonenden en schade aan de natuur te voorkomen. Overigens betekent een file niet altijd dat een natuurgebied vol is; het kan ook voldoende zijn om bezoekers te stimuleren om te reizen met alternatieve vervoersmiddelen. 

volle parkeerplaats

Beheer bezoekersstromen
De combinatie van drukte en smalle paden maakt dat bezoekers afwijken van paden én dat bezoekers niet in staat zijn om voldoende afstand te houden. Het inrichten van wandelroutes waarmee recreanten gestimuleerd worden een smal pad in een bepaalde richting af te leggen is dan een oplossing. Er hoeft dan alleen nog te worden ingehaald. Samen met de natuurbeheerder kan dit aangeboden worden in de vorm van (tijdelijke) wandel- of fietsroutes met verschillende lengtes en belevingen. De bosroute van 3 kilometer voor gezinnen bijvoorbeeld en de uitwaairoute van 8 kilometer voor bezoekers die rust en ruimte willen. Op deze manier wordt de drukte op een gecontroleerde manier over het gebied verspreid. Een tijdelijke recreatiezonering helpt niet alleen in het spreiden van drukte, maar kan ook ingezet worden voor het preventief beschermen van kwetsbare natuur. Met een goed verhaal begrijpen recreanten vaak goed dat bepaalde deelgebieden tijdelijk afgesloten worden, mits er maar alternatieve routes en – indien mogelijk – belevingen worden aangeboden.

Plaats voldoende voorzieningen op de juiste plek
In deelgebieden met een hoge concentratie bezoekers is de druk op de natuur of overlast zoals met afval vaak het grootst. Het gaat hier vaak om startpunten (zoals waar je parkeert en/of een wandeling start) en bestemmingen waar een combinatie aan voorzieningen, zoals bezoekerscentrum, horeca, speelaanleidingen en picknickplekken een trekker zijn. Plaats hier tijdelijk extra voorzieningen zoals afvalbakken en toiletwagens. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat een schoon gebied bezoekers aanzet om afval bij zich te houden tot ze een afvalbak zien of het zelf mee naar huis nemen. Onderzoek laat zien dat een gebied met al veel zwerfafval gedrag oproept dat extra zwerfafval tot gevolg heeft. Zorg er daarom voor dat niet alleen de afvalbakken over de dag geleegd worden door de natuurbeheerder of gemeente, maar dat er ook beheeracties komen om zwerfafval op te ruimen. Initieer daarvoor bijvoorbeeld initiatieven met gebiedspartners, zoals via het afhaalpunt van de lokale horeca, om tegen een kleine beloning zwerfafval door recreanten te laten verzamelen en in te leveren.

bankje met afvalbak

Voer een (betaalde) dagkaart in
In plaats van het volledig afsluiten van een gebied kan met behulp van een online ticketing systeem ook een (tijdelijke) (betaalde of gratis) dagkaart worden ingevoerd. Hiermee kan een natuurbeheerder zelf bepalen hoeveel bezoekers er per dag zijn toegestaan, afhankelijk van de draagkracht van het terrein en de verwachte drukte. Nationaal Park de Hoge Veluwe en de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn klassieke voorbeelden van natuurgebieden waar dit als verdienmodel een reguliere maatregel is. Waterwinbedrijf en natuurbeheerder Dunea heeft recent voor een aantal kwetsbare duingebieden een online ticketing systeem ingevoerd, met als doel om de recreatiedruk te helpen reguleren. Een dagkaartje creëert een drempel, wat helpt in het sturen van drukte. Het vragen van een vergoeding maakt een bezoek echter wel minder inclusief. Het is belangrijk om potentiële bezoekers goed te informeren via websites en andere kanalen. Een poster met QR-code bij de ingang geeft bezoekers, die toch nog verrast worden, alsnog toegang mits er uiteraard nog plek is. Met name bij natuurgebieden met slechts één of een beperkt aantal ingangen is het toezien op het naleven van deze maatregel relatief eenvoudig. Door een kleine vergoeding te vragen ontvangt een natuurbeheerder in ieder geval een tegemoetkoming in de soms explosief gestegen beheerkosten. Anderzijds zou een dergelijke maatregel kunnen zorgen voor een waterbedeffect, waarbij bezoekers zich massaal verplaatsen naar gebieden zonder betaalde toegangskaart, met alle gevolgen van dien.

Stimuleer wenselijk bezoekersgedrag
Toegangsregels die gecommuniceerd worden via de website van een natuurgebied of op een klein bord met toegangsvoorwaarden bij de ingang, zijn vaak onvoldoende zichtbaar en worden niet goed gelezen. Het ophangen van opvallende banners met daarop een heldere boodschap heeft meer kans van slagen. Geef niet aandacht aan wat niet mag, maar benoem op een positieve manier vooral wat je wél veilig en met plezier kunt doen: bijv.: “Blijf op de paden, samen beschermen we de natuur”. Diverse gebieden pasten recent een dergelijke maatregel toe, zoals Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Een andere manier om wenselijk gedrag te stimuleren is nudging, een gedragspsychologische motivatietechniek waarmee bezoekers op subtiele wijze in de goede richting worden gestuurd. Bekende voorbeelden zijn cirkels die aangeven waar je kunt zitten, en objecten of lijnen op drukke plekken zoals rond speelaanleidingen die aangeven hoeveel afstand 1,5 meter precies is.

Gezamenlijke handhaving
Bij het nemen van al deze maatregelen blijft handhaving belangrijk, maar deze wordt wel minder kritisch en intensief dan bij gebieden zonder maatregelen. Je blijft helaas altijd recreanten houden die zich niet aan toegangsvoorwaarden houden. Een goede samenwerking tussen gemeente, natuurbeheerders en politie is daarom essentieel. Niet alle boswachters hebben boa-bevoegdheid, dus maak afspraken over een gezamenlijke inzet, afhankelijk van de verwachte drukte en aard van het gebied. Maak bijvoorbeeld gezamenlijke teams, waarin de veldkennis van een boswachter gecombineerd wordt met de bevoegdheid van een collega van een andere instantie. Zorg voor een goede zichtbaarheid van handhavers door bijvoorbeeld toezicht te verdelen over de hoofdingangen, kwetsbare gebieden, drukste deelgebieden én de drukste momenten van de dag.

Aanbevelingen voor op de lange termijn
Bovenstaande maatregelen bieden goede oplossingen voor de korte termijn. Op de lange termijn valt voor gemeenten en natuurbeheerders echter ook veel winst te behalen. Voor een duurzame toekomst van recreatie in natuurgebieden is het noodzakelijk dat er een verschuiving van de focus op kwantiteit naar een focus op kwaliteit plaatsvindt. Hierbij is zowel aandacht voor de kwaliteit van de natuur, de sociale omgeving als de recreatieve ervaring van belang. Een oplossing voor het omgaan met beperkte ruimte kan gevonden worden in het verbinden van natuurgebieden met hoogwaardige recreatieve voorzieningen in de regio er omheen. Op die manier kunnen bezoekersstromen worden verspreid over een groter oppervlakte en kan de kwaliteit van de toeristische beleving worden vergroot. Door middel van data-gedreven software kunnen beheerders helpen met het spreiden van drukte en het managen van verwachtingen. Tenslotte blijft het verbeteren van de samenwerking tussen verschillende belanghebbenden belangrijk, net zoals het diversifiëren van het recreatieve aanbod en het ontwikkelen van aanvullende financiering voor natuurbeheerders. De financieringsbronnen van veel natuurbeheerders, zoals bijvoorbeeld het subsidiestelsel ‘Natuur en Landschap’ van de provincies, zijn vaak niet afdoende om zelfs maar een minimale basiskwaliteit aan recreatieve infrastructuur en voorzieningen te bieden. Natuurbeheerders verdienen bovendien vaak niets aan natuurgebieden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld toeristische bedrijven die in de nabije omgeving gevestigd zijn. De populariteit van de natuur en de daarmee gepaarde kosten vraagt dringend om een financiële herwaardering.

Bart van Engeldorp Gastelaars is bioloog en heeft jarenlange ervaring in het beheer van drukbezochte natuurgebieden. Met Blackbird Conservation Consulting houdt hij zich bezig met recreatie en natuurbeleving.   bart@consultblackbird.com www.consultblackbird.comMyrthe Naus heeft een master in Tourism, Society & Environment en zet zich met De Reis Naar Morgen in voor het verduurzamen van toerisme en recreatie in Nederland.   info@dereisnaarmorgen.nl www.dereisnaarmorgen.nl
>